Of aan de werknemer bij opzegging van de arbeidsovereenkomst een vergoeding toekomt, en zo ja, wat de hoogte daarvan is, moet volgens de duidelijke rechtspraak van de Hoge Raad worden gerelateerd aan de tekortkoming van de werkgever en de daaruit voor de werknemer uit de opzegging voortvloeiende schade die de werknemer lijdt door het einde van de arbeidsovereenkomst . De tekortkoming van de werkgever kan ook gelegen zijn in het niet treffen van enige voorziening. Als de werkgever kennelijk onredelijk heeft opgezegd, moet de schadevergoeding die de werknemer deswege toekomt, nog steeds volgens de Hoge Raad, worden begroot. (Zie rechtspraak en literatuur).
Om de kennelijke onredelijkheid te voorkomen zal de werkgever zich dus rekenschap dienen te geven van de toestand waarin de werknemer na de opzegging van de arbeidsovereenkomst terecht komt. Daarbij is van belang dat de werkgever een inschatting kan maken van de duur van de werkloosheid van de werknemer. De werkgever die dat niet doet, zal in rechte kunnen worden aangesproken op betaling van een schadevergoeding wegens kennelijke onredelijke opzegging (art. 7:681 BW). Om die toestand te kunnen inschatten of om die schade te kunnen begroten is het noodzakelijk te weten hoe lang de werknemer werkloos zal zijn.
Tot verbazing van medewerkers van het Hugo Sinzheimer Instituut, verbonden aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam, was het tot voor kort volstrekt onmogelijk om de werkloosheidsduur op individueel niveau te voorspellen. Dat was aanleiding om SEO Economisch Onderzoek te vragen om de daarvoor beschikbare informatie te verzamelen en te verbinden in een systeem waarmee die voorspelling zo nauwkeurig mogelijk kan worden gedaan.